Een greep uit de acties van 1995 en eerder

26 maart 1995

Twee kanovaarders kwamen in moeilijkheden ter hoogte van natuurgebied De Nek bij Schellinkhout. Een van beide sloeg overboord en wist zich slechts drijvende te houden door zich vast te klampen aan de boot van de ander. Onze boot en een boot van de kustwacht wisten beide aan wal te krijgen, waar ze met onderkoelingsverschijnselen naar het ziekenhuis werden afgevoerd.

17 januari 1995

Een vuurpijl die om 3 uur 's nachts was waargenomen, haalde de bemanning van 5 boten uit hun slaap, waaronder ook die van ons. Een zoekactie tot in de vroege ochtend leverde echter niets op.

10 augustus 1994

Alweer een slapeloze nacht dank zij een gesignaleerde vuurpijl. Ter hoogte van Oosterleek was door de politie een vuurpijl waargenomen. De melding was zo serieus dat niet alleen wij, maar ook Warder, Edam en Enkhuizen naar buiten werden gestuurd. Maar er werd, zoals zo vaak bij een vuurpijl, niets gevonden.

17 juli 1994

Geert Spijkman uit Bovenkarspel was in de buurt van Lelystad toen door de aanzwellende wind de schoot van zijn grootzeil het plotseling begaf. Hij besloot naar huis te varen door het zeil vast te houden en het roer te bedienen met zijn benen. Om 7 uur 's avonds besloot hij het fokzeil te hijsen, maar daarbij sloeg zijn boot om. Pas om 23.30 uur hoorde een passerend schip zijn hulpgeroep 3 km. uit de kust van Venhuizen. Na een uur lang vruchteloos gezocht te hebben besloot men door te varen en de hulpdiensten in te schakelen. Hoorn, Warder, Enkhuizen en wij voeren uit. Ook werd een helicopter ingezet. Pas tegen het ochtendgloren merkte de helicopter de omgeslagen boot op. De kraan van de Zeehond werd gebruikt om het scheepje uit het water te hijsen en te controleren of er nog slachtoffers in de boot waren. Dat was gelukkig niet zo en kort daarop trof de Richel uit Enkhuizen dhr. Spijkman zwemmend in de buurt van zijn boot aan. Hij werd met ernstige onderkoelingsverschijnselen naar het ziekenhuis gebracht. De heer Spijkman kon het navertellen. Zijn opmerking "Ik denk dat het gemakkelijker was een speld in een hooiberg te vinden dan mij in het water" slaat de spijker op zijn kop. Zeker 's nachts is het Markermeer een onnoemelijk grote lap water.

23 mei 1994

Twee meisjes (waarvan er 1 niet zwemmen kon) en een jongen van ongeveer 18 jaar waren op weg van Lelystad in een klein 5 meter lang vletje, toen ze ter hoogte van Schellinkhout werden gegrepen door een plotselinge windvlaag. Het bootje sloeg om. Daarop volgde een urenlange zoekaktie. Een visser uit Hoorn vond de slachtoffers uiteindelijk.

22 mei 1994

Een scheepje met drie man aan boord liep ter hoogte van Oosterleek een gebroken kiel op, waardoor ze water begon te maken. Het scheepje is naar de vluchthaven van Wijdenes gesleept.

13 november 1993

De sleepboot Aida 1 was met een Amerikaans jacht op sleeptouw op weg van Monnickendam naar Friesland, toen het plotseling kapseisde. Het diepliggende jacht was vastgelopen en de trekkracht van de sleepboot had ervoor gezorgd, dat deze zich als het ware zelf omver trok. De sleepkabel rukte hierbij de stuurhut van de sleepboot. Een van de bemanningsleden sloeg hierbij overboord. Diverse reddingsboten gingen op zoek naar de drenkeling, maar helaas werd al na 1 kwartier zijn levenloze lichaam gevonden.

Augustus 1992

Doordat ze zich vergisten in de kracht van de aflandige wind, waren twee surfers in ernstige moeilijkheden geraakt. Wij waren er, gelukkig voor beiden, snel bij.

31 oktober 1992

Het zeiljacht De Stormvis was op weg van Naarden naar Enkhuizen met drie volwassenen en drie kinderen aan boord. Door de dichte mist was zij geheel uit koers geraakt. Ze liep aan de grond bij Schellinkhout. Samen met de Hayo uit Hoorn werd het 9 meter lange plezierjacht vlotgetrokken, waarna het op eigen kracht zijn weg kon vervolgen. Ze had wel enige schade opgelopen.